Petit & Fritsen

Tekst: André Lehr

Koninklijke Klokkengieterij Petit & Fritsen
Nadat Henricus Petit in 1815 te Aarle-Rixtel gestorven was en zijn broer Everardus zich uit de zaak had teruggetrokken, werd de klokkengieterij voortgezet door hun neef Henricus Fritsen (1784-1875), zoon van Isaac Fritsen (1745-1808) en Maria Aldegonda Petit (1753-1818). Laatstgenoemde was een zuster van Henricus en Everardus Petit. Henricus Fritsen koos als firmanaam Petit & Fritsen. 
Na Henricus werd de klokkengieter van het bedrijf diens zoon Alexius Fritsen (1822-1903). Hij was het ook die in één geval de naam Petit & Fritsen niet gebruikt, doch die van hemzelf. Alexius had geen mannelijke nakomelingen. Vandaar dat de volgende klokkengieter Henri Fritsen (1874-1951) werd, zoon van Everhardus Fritsen, de broer van genoemde Alexius Fritsen. Na hem kwam zijn zoon Hein Fritsen (1926-1997). En het is diens zoon Frank Fritsen (*1956) weer die thans de klokkengieter en directeur van het bedrijf is.
De negentiende eeuw was voor Petit & Fritsen op het gebied van luidklokken zeer succesvol, maar op beiaardgebied was men minder gelukkig. Zo werd de beiaard uit 1867 voor Eindhoven bepaald niet geprezen.
De twintigste eeuw begon goed met vele orders. Er werd in 1913 zelfs een compagnon aangetrokken in de persoon van A.H. Rüther, gieterijmeester bij Petit & Gebr. Edelbrock te Gescher. Maar tijdens de eerste wereldoorlog moest deze voor militaire dienst terug naar Duitsland. Daarom werd in 1917 de relatie verbroken.
In de crisisjaren maakte het bedrijf moeilijke dagen door. Het kwam in 1934 zelfs tot een faillissement dat overigens werd opgeheven toen Nederveen’s Margarine Fabrieken te ’s-Hertogenbosch de klokkengieterij kocht. Maar die verbintenis is inmiddels al lang weer ongedaan gemaakt.
Kort voor de oorlog, in 1939, zou het eindelijk lukken een toonzuivere beiaard te maken. Prominente rol speelde daarbij frater Getulius (Jan Arts), een alom gewaardeerd klokkendeskundige. Na de oorlog ging het bedrijf in niet een te stuiten opwaartse lijn. Overal in de wereld kan men thans beiaarden van Petit & Fritsen aantreffen. Samen met Eijsbouts zijn de Nederlandse klokkengieters letterlijk toonaangevend in de wereld. In 1976 werd Petit & Fritsen het predikaat Koninklijke toegekend. In 2014 zijn de beide Nederlandse klokkengieters samen verder gegaan in één bedrijf, Royal Eijsbouts te Asten.
bronnen:
Nol van Roessel, Geschiedenis van een klokkengietersgeslacht (Aarle-Rixtel, 1988).
André Lehr, De klokkengieters Petit Petit te Helmond, Someren, Eindhoven, Aarle-Rixtel en Gescher (Asten, 2002).