tekst: André Lehr
Lotharingse klokkengieters in het vroeg-17de eeuwse Nederland
Vooral in de eerste helft van de zeventiende eeuw werkten hier, permanent of tijdelijk, meerdere klokkengieters die van Lotharingen afkomstig waren. Wij denken dan niet in de eerste plaats aan François en Pieter Hemony met een eigen lemma in dit register, maar aan klokkengieters met heel wat minder allure en productiviteit. Omdat ze onderling sterke banden onderhielden, bijvoorbeeld door wisselende compagnonschappen, is een gezamenlijke behandeling voor de hand liggend. Wij beperken ons overigens tot de klokken die zij in Nederland hebben gegoten.
In 1615 signaleren wij allereerst een Jean Breutel, een typische klokkengietersnaam in Lotharingen. Opmerkelijk is dat hij een vijftiental jaren later in Polen kanonnen heeft gegoten!
In hetzelfde jaar goten de gebroeders Jean, François en Thomas Simon gezamenlijk een klok. De familie Simon kende vele gieters in Lotharingen. Maar dat was ook de enige keer dat zij met zijn drieën werkten. Zonder Thomas werkten Jean en François in datzelfde jaar samen bij de levering van een tweetal kleine beiaarden.
In 1620 werkte Jean Simon samen zijn zoon Anthoine en een zekere Pierre Joly. Ook van de klokkengieters Joly vindt men er meerderen in Lotharingen. Jean had overigens als individueel gieter al in 1614 en 1617 klokken gegoten.
Van Thomas Simon vernemen wij verder niets; van François echter des te meer. In de jaren 1620-1524 werkte hij ook samen met André Obertin. Ook hij was van Lotharingen afkomstig waar zijn familienaam als Aubertin werd gespeld. En wederom zijn aldaar weer vele verwanten te vinden zonder de relatie precies te kennen.
In 1629 zien wij dat aan genoemd tweetal een zekere Nicolas Royeir werd toegevoegd. De naam Royeir wordt op de desbetreffende klokken op verschillende manieren gespeld. Men vindt ook Nicolas Rogier wanneer hij in 1628 en 1630 alleen met André Obertin samenwerkt. De betrokken klok vertelt dat Nicolas Rogier de broer van André Obertin was. Twee jaar later is Rogier als Rovier gespeld. En wanneer hij in 1629 alleen giet heet hij Nicolas Roeieer. Maar geen van die namen komt in Lotharingen onder de aldaar gevestigde klokkengieters voor. Slechts de achternaam Rosier komt in de buurt. André Obertin heeft overigens in de jaren 1624-1635 ook alleen klokken gegoten.
Maar keren wij terug naar François Simon. Van hem vinden wij in ons land de meeste klokken en wel over een periode van 1622-1644 waarvan in 1630 en 1635 een tweetal beiaarden. Maar de kwaliteit van die spellen is belabberd. Dikwijls signeerde hij met MFS dat staat voor Maître François Simon. Ouder geworden weekte hij in 1648 en 1649 samen met Jean Paris die ook al meerdere familieleden als klokkengieters in Lotharingen kende. Maar in de jaren 1637-1662 zou Jean Paris ook alleen werken.
bronnen:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.167.
Henry Ronot, Dictionnaire des fondeurs de cloches du Bassigny (Dijon, 2001).