Hemony

François en Pieter Hemony

tekst: André Lehr
De gebroeders François en Pieter Hemony zijn de belangrijkste beiaardgieters die Nederland en België gekend hebben. François werd omstreeks 1609 te Levécourt in Lotharingen geboren, zijn broer Pieter eveneens aldaar in 1619. De oudere generatie van de familie Hemony behoorde tot die grote groep Lotharingse klokkengieters die door geheel Europa trokken om klokken te gieten. De vader van François en Pieter en diens broer, Blaise en Peter dan wel in omgekeerde volgorde, treffen wij vooral in Duitsland aan. Aldaar giet François in 1636 ook zijn eerste klok tezamen met Josephus Michelin die later waarschijnlijk zijn zwager werd. François was namelijk getrouwd met Maria Michelin. Pieter Hemony is nooit gehuwd geweest.
In 1641 goten de gebroeders voor Goor hun eerste klokken in Nederland. Hun eigenlijke carrière begon in 1642 toen zij van de stad Zutphen de opdracht tot het vervaardigen van een beiaard kregen. In datzelfde jaar zullen zij zich ook in deze stad gevestigd hebben. De Hemony’s waren echter niet bekend met het gieten van beiaarden. Maar dankzij de steun van de stadsbeiaardier van Utrecht, jonkheer Jacob van Eijck die samen met hen intensief onderzoek deed, was hun eerste beiaard een groot succes. In Zutphen volgden nog dertien beiaarden meer.
In 1655 werd François Hemony door de stad Amsterdam om zich aldaar onder gunstige voorwaarden als klokken- en geschutgieter te vestigen. In 1657 verhuisde het gezien naar die stad, terwijl Pieter naar de Zuidelijke Nederlanden trok en met name naar Gent. Te Amsterdam goot François twintig beiaarden waaronder ook meerdere voor het buitenland. In die tijd horen wij ook over de eerste leerlingen, zoals Claude (1646-1699) en Mammes (ca.651-1684) Fremy, zonen van een neef der Hemony’s. Maar zij bleken niet in staat de roem der Hemony’s te continueren. Heel wat meer succesvol was Claes Noorden. De zoon van François Hemony, eveneens François geheten, heeft zich nooit met het gieten van klokken bezig gehouden.
Tijdens de Amsterdamse periode werden ook beelden gegoten, onder andere die van de beeldhouwer Artus Quellinus. Voorts werd er geschut gegoten. In 1664 voegde Pieter zich werd bij zijn broer, mogelijk door ziekte van François en de vele orders. Samen goten zij nog drie beiaarden. François stierf in 1667, na een rijk en ook beroemd leven. François stond dan ook in hoog aanzien. Zijn broer Pieter werd zijn opvolger. 
Tijdens zijn verblijf in Gent is Pieter vooral bekend geworden door de grote beiaard die hij in 1659-1660 goot voor het Belfort van Gent. Ook goot hij drie kleinere spellen die echter niet meer bestaan. Teruggekeerd bij zijn broer in 1664 zou Pieter tot zijn dood in 1680 nog tien beiaarden gieten waarmee de totale productie aan beiaarden door de Hemony’s op 51 kwam. Een aantal is inmiddels door brand en oorlogsgeweld verdwenen. De overige zijn in de negentiende eeuw en tot de jaren zestig van de twintigste eeuw door de uitstoot van zwaveldioxide uit kolenkachels ernstig aangetast. Onder andere raakten ze ontstemd hetgeen tot soms ingrijpende restauraties heeft geleid.
De betekenis van de klokkengieters François en Pieter Hemony is voor de klokkengietkunst en met name voor de beiaardkunst niet te onderschatten. Zij wisten het klokkenspel uit zijn primitieve staat van de zestiende eeuw glansrijk te bevrijden en te transformeren tot een volwaardig muziekinstrument, tot op de dag van vandaag.
bron:
André Lehr, De klokkengieters François en Pieter Hemony (Asten, 1959).